Home
Weblogs
Over Hogerop
Shop
Contact
Login voor leden

Weblogs

Peter van der Rol Brouwer

The World according to Peter

Langebaanschaatsen is een individuele sport. Tussen start en finish staat de rijder er helemaal alleen voor. Toch kiezen veel sporters er voor om in een team te trainen. Gezelligheid, uitdaging door trainingsmaatjes etc. Maar, gun je je teamgenoten ook iets. In een goed team is het antwoord uit eindelijk “JA!’’

Zoals misschien wel elke trainer, coach, docent, etc. ben ik (Peter van der Rol Brouwer) in de loop der jaren tegen een aantal zaken aangelopen die direct of indirect invloed hebben op het presteren en verbeteren van de prestaties van mijn pupillen. Ik heb gemerkt dat het die prestaties ten goede komt wanneer vooral de ouders een beetje meer weten over mijn gedachten en werkwijze. Hieronder heb ik een aantal van mijn zienswijzen op een rijtje gezet. Sommige zijn wellicht voor de hand liggend, maar het kan ook zijn dat er gedachten tussen zitten die dat veel minder zijn. Of zelfs diagonaal anders dan de gangbare gedachte. Om goed te worden, of op zijn minst een verbetering in prestaties te bereiken is uiteraard veel en veel meer nodig.

Absoluut niet volledig, maar de volgende punten komen in dit artikel aan de orde, bij wijze van prikkeling van gedachten over prestatiebelemmerende of stimulerende factoren:

  • Winnen – Verliezen
  • Verwachtingen – Doelen en uitdagingen
  • Grote fout, klein probleem – Kleine fout, groot probleem
  • Specificiteit – Overload
  • Intrinsiek – Extrinsiek
  • Prestaties – ResultatenIndividu – Team

Winnen – Verliezen

Dit is vaak het eerste manier waarop de buitenwereld naar sporters en hun prestaties kijkt: “Winners en Losers” Voor diegenen die de wereld in die twee groepen verdelen heb ik een vervelende mededeling. Er is eigenlijk geen echt gegronde reden voor een onderscheid in winners en losers. Hooguit dat enkele sporters (maar vaak lang niet altijd) winnen en bijna alle sporters (veel vaker) verliezen.

Wanneer is iemand nu een “winner”? Is een winnaar iemand die de wedstrijd gewonnen heeft? Wanneer ik met m’n kleine neefje een wedstijdje ga schaatsen en in win, ben ik dan een winnaarstype, een echte “winner” Nee, ik denk niet dat iemand datzal beamen. Maar wanneer dat neefje nu eens in de gewestelijke selectie zou zitten, wat dan? Waarom worden bijvoorbeeld Hilbert van der Duim (7x Nederlands kamp, 2x Europees Kamp, 2 x Wereld kamp.) en Bob de Jong(meeste WK-afstanden medailles van alle Nederlandse schaatsers), Olympisch kamp.etc.) door heel veel mensen min of meer bestempeld als losers terwijl Sven Kramer gezien wordt als typisch winnaarstype. Kortom het begrip “winner-loser” is blijkbaar niet direct te koppelen aan de werkelijk geleverde prestaties.

Zijn typische winnaars dan diegenen met het meeste doorzettingsvermogen, met de grootste wil om te winnen? Is Sanya Richards (400mtr atletiek) nu ineens een winnaarstype en was ze dat niet na de ‘verloren’ OS-finales van 2004 en 2008. En wat te zeggen over Roger Federer?. In zijn jonge jaren gooide hij met rackets, kon aantoonbaar absoluut niet tegen zijn verlies, pas vanaf het moment dat hij schijnbaar onaangedaan punten maakte of tegen zich kreeg werd hij echt goed. Is een ‘winnaarstype’ nu iemanddie wil genieten van de mooiste punten en het spel op zich (Federer), iemand die altijd wil winnen(Nadal) of iemand die over anderen wil heersen (Djokovic)?

Ik kom hierbij weer terug bij een van mijn favoriete uitspaken, van Vince Lombardi: “Winning isn’t everything, [but] making the effort is [the only thing]’’.

Winnen – Verliezen

Verwachtingen en doelen, ze lijken zo bij elkaar te horen, maar zijn van een totaal andere orde.

Verwachtingen kan je hebben over zaken waar je geen invloed op hebt, of zaken die misschien wel vanzelfsprekend zijn. Het weerbericht is een voorbeeld van een verwachting waar we geen invloed op hebben van. We hebben echt geen directe invloed op het weer van morgen, of we nu wel of niet naar het weerbericht kijken. Hooguit kunnen we op basis van dat weerbericht wel of niet een extra warme trui aan doen. Maar of het daadwerkelijk nodig was om die trui aan te doen weten we pas als het eenmaal zover is, of zelf wanneer de dag helemaal voorbij is.

Wanneer we iets verwachten dat eigenlijk vanzelfsprekend is kunnen we net zo goed van te voren goede afspraken maken. Dit doen we bijvoorbeeld wanneer we bepaald gedrag ‘verwachten’.

Er zijn ook verwachtingen die op zijn best verstorend zijn wanneer het gaat om het verbeteren of genieten van prestaties. Dergelijke verwachtingen leggen een behoorlijke claim op de te leveren prestatie. Een trainer, journalist, sporter of het publiek verwacht een bepaalde prestatie, of beter gezegd ‘verwacht’ een bepaald resultaat. En wat nu als dat resultaat geboekt wordt. Ik kan nog steeds de Bert Maalderink tegen een sporter horen zeggen dat zijn eerste plaats toch al verwacht was. Héérlijk, heb je gewonnen en komt het er eigenlijk op neer dat het niet echt telt omdat het volgens verwachting was. Nee, voor het leveren van prestaties heeft een sporter niet erg veel aan verwachtingen.

Doelen, daar kan een sporter veel meer mee. Er zijn talloze onderzoeken gedaan die laten zien dat het formuleren van de juiste doelen een positief effect heeft op het verbeteren van het leveren van een prestatie. Er zijn ook meerdere modellen ontwikkeld om ons te helpen met uitwerken van onze doelen. Een van die modellen is SMART.

Een andere en veel leukere is het model van Winnie de Poeh, de SUCCES!-formule.

De “R” in SMART staat voor ‘Realistisch’. Alleen hoe kan je nu vooraf weten of iets realistisch is. De “M” staat voor ‘meetbaar’. Het vervelende is alleen dat we alleen kunnen meten wat al geweest is. Verder moeten we wel weten wat we dan willen meten. Of wat we meten dan wel of niet van belang is. De “S” in SUCCES staat voor het ‘Selecteren van een Droom’. Dat geeft in ieder geval aan dat het over iets in de toekomst gaat. Iets dat misschien wel, of misschien –nog- niet behaald kan worden. Poeh maakt daarbij ook nog gebruik van “H.E.T.L.U.K.T”.

Wat we met betrekking tot het uitwerken van doelen kunnen zeggen is dat het voor sporters van belang is dat ze die doelen zo formuleren dat ze het behalen van het doel in eigen hand hebben. Wat mij betreft heeft een sporter niet zo heel veel aan resultaatdoelen al ‘Winnen!’ of het rijden van bepaalde eindtijden. Deze laatste twee begrippen vat ik onder de term “Uitdagingen”.

Uitdagingen zijn prestaties of resultaten waar een sporter niet volledige invloed op heeft. Olympisch kampioen worden is een typische Droom, of een Uitdaging, maar dus geen Doel. Ook plaatsen voor het NK is daarom eerder een uitdaging dan een doel.

Kortom een schaatser kan het beste (vlak) voor een wedstrijd niet met tijden of uitkomsten bezig zijn, maar vooral met dat wat hij of zij juist wil gaan uitvoeren.

Grote fout, klein probleem – kleine fout, groot probleem

Wanneer je begint met het aanleren van een vaardigheid ben je meestal niet al te bewust van de fouten die je maakt. Fouten zijn dan geen probleem voor je. Verder zullen die, meestal grote, fouten ook nog eens snel en gemakkelijk te verbeteren zijn. Dus ook dat geeft weinig problemen. De problemen komen pas wanneer je langer bezig bent. Je wordt je bewuster van je fouten, dus bewuster van je probleem. Verder wordt het steeds moeilijker om je, weliswaar steeds kleiner wordende, fouten te verbeteren. Wanneer je als sporter niet goed oplet loop je in deze valkuil van de kleine fout en het grote probleem. Het gevolg kan zijn dat je het idee hebt dat je totaal geen vooruitgang boekt en zelfs het idee krijgt dat het alsmaar slechter gaat.

Specificiteit – Overload

Heel lang (nog steeds) gaat men er in trainingen van uit dat deze zo specifiek mogelijk moeten zijn. Er wordt echter vaak niet aangegeven wat de specifieke aspecten dan zijn. Wanneer een schaatser een 500 meter hard wil rijden heeft het namelijk al heel snel geen zin meer om alleen maar 500 meters te rijden en te oefenen. Om vooruit te gaan is er namelijk ook ‘overload’ nodig. Overload wil zeggen dat je een bepaald aspect zwaarder belast dan tijdens de totaaluitvoering (van de 500 meter) het geval is.

Een 500 meter is onder te verdelen in velerlei specifieke aspecten. Bijvoorbeeld: Start, versnellen, bocht(-ingang, -uitgang), maar ook kracht, vermogen, bewegingssnelheid, etc. Om dan nog niet te spreken over alle technische en mentale aspecten die van belang zijn.

Een van de aspecten die door sporters en trainers vaak over het hoofd gezien worden is het leren zelf. Om (sneller) beter te worden is het van belang dat een sporter er voor zorgt dat hij of zij beter wordt in het aanleren van aspecten. Of dit nu technische, mentale, fysieke of ander aspecten zijn.Het gaat er dus ook om dat een sporter het functioneren van zijn hersenen verbetert.

Phil Jackson( Amerikaans baketballcoach van Chicago Bulls en LA Lakers) beschrijft in zijn boek “Sacred Hoops” hoe hij zijn (vaak uit het getto afkomstige) spelers verplichtte om een boek te lezen.

Intrinsiek en Extrinsiek

De begrippen intrinsiek en extrinsiek duiden op iets dat van binnenuit komt(in-), of iets dat van buitenaf komt(ex-). Vaak gebruiken we het in de sport in combinatie met motivatie of beloning. Een voorbeeld van een intrinsieke motivatie c.q. beloning is bijvoorbeeld het plezier dat een sporter uit het uitoefenen van zijn sport haalt. Onder een extrinsieke beloning valt onderandere het geld dat de sporter met zijn sport verdient. Andere voorbeelden van extrinsieke bronnen van motivatie zijn bijvoorbeeld ook de erkenning of complimentjes die een sporter krijgt wanneer hij een goed resultaat heeft neergelegd.

Over het algemeen kan opgemerkt worden dat intrinsieke motivatoren doorgaans een langere houdbaarheid datum hebben dan extrinsieke. Er is ook bekend dat extrinsiek motivatoren ernstig aan inflatie onderhevig zijn. Een klassiek voorbeeld is dat van die man die last had van straatjongens gen zijn garagedeur als voetbaldoel gebruikten. Omdat hij alle manieren om ze te laten ophouden al geprobeerd had gooide hij het uiteindelijk over een andere boeg. Hij maakte een afspraak met de jongens. Elke dag dat ze tegen zijn deur zouden voetballen zouden ze geld krijgen. Na een aantal keer verhoogde hij het bedrag. Dit ging een paar keer zo door, tot hij besloot om de jongens minder te gaan betalen. Het duurde niet lang of de jongen had geen zin meer om nog voor dat kleine beetje geld tegen zijn garagedeur te komen schieten.

Prestaties – Resultaten

Een genuanceerd onderscheid maken tussen prestatie en resultaat is een lastige, maar voor een sporter wel een heel belangrijke. In de sport lijkt het te gaan om de resultaten. Alleen is dat wel zo?

Wanneer ik bijvoorbeeld het winnen van een wedstrijd als resultaat wil, kan ik het best ervoor zorgen dat ik een sport ga beoefenen met weinig en vooral niet al te goede tegenstanders. Stel je voor dat Bob de Jong zich nu zou inschrijven voor het NK of WK-masters. Wat zou het resultaat dan waard zijn.

Het leveren van een prestatie is uiteindelijk voor een sporter van veel grotere waarde dan welk resultaat dan ook. Het voordeel hiervan is dat de sporter voor het verbeteren van zijn prestatieniveau veel meer zelf verantwoording draagt en daardoor ook zichzelf veel meer erkenning kan geven wanneer hij een bepaalde prestatie geleverd heeft. Ranomi Kromowidjojo gaf dat duidelijk aan na haar gouden 100 meter. Ze was blij met haar resultaat, maar niet helemaal gelukkig met haar prestatie. Ze heeft tijdens die race dus niet naar haar hoogste kunnen gepresteerd.

Voor een sporter in opleiding zijn prestaties het hoofdgerecht en resultaten het toetje. Altijd een mooi vooruitzicht dat toetje, maar zonder hoofdgerecht is het sportertje snel door zijn voorraden heen.

Team – Individu

De vraag luidt als volgt: Mijn droomdoel is om over 6 jaar Olympisch kampioen te worden. Word ik dan dit jaar liever 4e achter 3 ploeggenoten of 3e als snelste van de ploeg? Zoals altijd komt elke vraag of gedachte tot een abrupt einde. Immers, wanneer een vraag of gedachte volledig afgerond en beantwoord zou zijn, zou dat ook het einde van de ontwikkeling betekenen. Elke vraag mag zelfs wanneer iedereen het eens is weer opnieuw gesteld worden. De antwoorden dienen enkel om, voor zolang het duurt, een functionele en aangename omgeving te creëren.

Terug naar overzicht met weblogs